Persbericht

IMC Vrouwenrechten – wijziging van het voorzitterschap Balans en perspectieven

> Vers la version française

De Brusselse staatssecretaris voor Gelijke Kansen, Nawal Ben Hamou, heeft op maandag 25 januari haar laatste vergadering van de IMC Vrouwenrechten voorgezeten. Daarna heeft ze de fakkel doorgegeven aan Christie Morreale, Vicevoorzitter en Waals minister voor Vrouwenrechten, en Antonios Antoniadis, viceminister-president van de regering van de Duitstalige Gemeenschap. Zij zullen tot 18 oktober 2021 als gezamenlijke voorzitters fungeren.

 

Er wordt nationale prioriteit gegeven aan de bestrijding van geweld tegen vrouwen

 

Nawal Ben Hamou is begin 2020 gestart met de IMC-werkzaamheden, in een ongekende gezondheids- en politieke context. Met geweld tegen vrouwen als prioritaire kwestie op de agenda.

 

« Wat dit specifieke thema betreft, is de IMC erin geslaagd zijn rol van diepgaand overleg tussen de zes entiteiten van het land te verzekeren, rekening houdend met de soms zeer uiteenlopende gevoeligheden van elk van hen. Hoewel elke minister blijft instaan voor zijn eigen beleidsniveau en als enige beslissingsbevoegdheid blijft uitoefenen binnen zijn eigen bevoegdheidsdomeinen, zijn wij erin geslaagd een echt samenwerkings- en overlegfederalisme tot stand te brengen« , aldus een zeer tevreden Nawal Ben Hamou.

 

De basis leggen voor een structurele samenwerking tussen de verschillende beleidsniveaus

 

Na dringende en gecoördineerde maatregelen te hebben genomen om de gezondheidscrisis en de gevolgen van de eerste lockdown aan te pakken, wilde de IMC op een meer duurzame manier werken aan de problematiek van geweld, overeenkomstig de eisen van het maatschappelijk middenveld en de verenigingssector.

 

Vier werkgroepen onder leiding van één of meer entiteiten zijn van augustus tot december 2020 samengekomen, met als basis het Verdrag van Istanbul en het GREVIO-verslag. Het doel bestond erin te zorgen voor een betere communicatie tussen alle beleidsniveaus met het oog op een optimale uitwisseling van informatie en goede praktijken.

 

Dit heeft geleid tot een twintigtal actiefiches die als leidraad zullen dienen voor de toekomstige samenwerkingen op het gebied van geweld tegen vrouwen: het delen van informatie- en bewustmakingscampagnes, het aanleggen van opleidingskadasters op elk beleidsniveau, de uitrol van het mobiele stalkingalarm dat momenteel in Gent wordt getest, het in kaart brengen van de beschikbare diensten voor sociaal tolken in het hele land, of een inventaris van de ter beschikking gestelde opvangaccomodaties voor slachtoffers van partnergeweld, ook voor degenen met een onzekere verblijfsstatus.

 

Een nuttige en efficiënte samenwerking 

 

De kwestie omtrent de vertrouwelijkheid van de adressen van opvangplaatsen waar slachtoffers van geweld worden ondergebracht, werd bestudeerd en is een goed voorbeeld van de noodzaak van de door de IMC tot stand gebrachte samenwerking. Het aantal betrokken partijen, die elk afhangen van een verschillend beleidsniveau of verschillende bevoegdheid (maatschappelijke onderzoeken, politie, justitie, ziekenhuizen, OCMW’s, jeugdzorg, justitiehuizen, enz.) mag de vertrouwensrelatie tussen deze verschillende sectoren en de veiligheid van de slachtoffers niet in gevaar brengen. De nodige maatregelen zullen worden genomen om ervoor te zorgen dat het vertrouwelijk adres van de opvangplaats van een slachtoffer geheim blijft.

 

Een andere eis van de verenigingssector die de tussenkomst van de ICM vereiste, gezien het aantal bevoegde entiteiten, was de organisatie van hulplijnen omtrent geweld die worden bemand door beroepsmensen en het verzekeren van een structurele en doorlopende subsidie, zodat alle slachtoffers gratis gebruik kunnen maken van die hulplijnen.

 

Om het centrale probleem van de registratie van gegevens en cijfers over slachtoffers van gendergeweld aan te pakken, een door Grevio vastgesteld pijnpunt, heeft de IMC besloten dat de betrokken beleidsniveaus een nieuwe nomenclatuur zullen voorstellen die rekening houdt met het genderaspect.

 

Ondanks verschillende benaderingen voor de begeleiding van slachtoffers en daders, zijn de leden van de IMC overeengekomen dat de bewustmaking voor de mechanismen en gevolgen van partnergeweld moet worden opgenomen in de verplichte opleiding van magistraten, zodat zij beter kunnen beoordelen in welke situaties al dan niet een beroep kan worden gedaan op bemiddeling.

 

Het betreft een brede waaier aan maatregelen, waarvan sommige verder moeten worden bestudeerd om de uitvoering ervan te verzekeren. Het is de taak van de staatssecretaris Nawal Ben Hamou om de actiepunten waartoe onder haar voorzitterschap werd besloten, te blijven monitoren en er verslag over uit te brengen aan de leden van de IMC.

 

Een nieuw co-voorzitterschap en nieuwe uitdagingen 

 

Aan het einde van de vergadering werd het voorzitterschap overgedragen aan Wallonië en de Duitstalige Gemeenschap: Christie Morreale et Antonios Antoniadis hebben hun collega’s voorgesteld om hun werk de komende maanden op drie grote thema’s toe te spitsen:

 

  1. De strijd tegen seksisme in de reële en virtuele openbare ruimte 

 

Aangesproken worden op straat, toegefloten, beledigd, bedreigd, gevolgd worden, enz. zijn vormen van intimidatie in de reële openbare ruimte waarmee elke vrouw, ongeacht haar leeftijd, sociale klasse, afkomst, kledij of make-up in haar leven te maken kan krijgen.

 

Seksisme tiert ook welig op internet, waar het verschillende vormen kan aannemen, zoals slutshaming, revenge porn, ongepaste avances of kleinerende of vijandelijke uitspraken. Deze daden zijn niet zonder gevolgen voor vrouwen en brengen hun vrijheid van meningsuiting en bewegingsvrijheid in het gedrag.

 

De wet van 22 mei 2014 ter bestrijding van seksisme in de openbare ruimte wordt nog altijd maar moeizaam echt toegepast en blijft tot op heden symbolisch. De beperkingen van deze wet worden duidelijk, omdat de bewijslast bij het slachtoffer ligt en het leveren van bewijzen uiterst moeilijk is.

 

“Het is belangrijk dat we de banalisering van dergelijke daden tegengaan. Vrouwen moeten zich ook gesteund voelen als ze er het slachtoffer van zijn. Daarom zullen we samen met de verschillende beleidsniveaus werken aan de evaluatie van de seksismewet en zullen we erop toezien dat de strijd tegen deze problematiek op een alomvattende manier wordt aangepakt, van preventie tot bestraffing”, verduidelijkt Christie Morreale.

 

  1. De ontwikkeling van een gecoördineerde strijd tegen menstruatiearmoede

 

De toegang tot menstruatieproducten moet worden beschouwd als een grondrecht voor alle vrouwen. Het is een kwestie zowel van armoedebestrijding als van volksgezondheid. Deze cruciale kwestie vereist een gecoördineerde en integrale aanpak van alle bevoegde entiteiten op ons grondgebied, waarbij de in dit verband uitgevoerde proefprojecten moeten worden geëvalueerd. Het co-voorzitterschap zal actief aan deze problematiek werken.

 

  1. Een meer gemengde vertegenwoordiging in alle sectoren en beroepen van de toekomst.

 

Vrouwen hebben vaker lager gewaardeerde jobs en zijn nog te weinig vertegenwoordigd in sommige toekomstgerichte sectoren. Zo is in de STEM-sectoren (Science, Technology, Engineering, Mathematics) slechts 25% vrouwen werkzaam. Dit is echter een sector in volle opmars met tal van jobkansen. De attractiviteit van vrouwen in dit domein en in alle sectoren en beroepen van de toekomst, die momenteel voornamelijk ‘mannelijk’ zijn, moet dus dringend aanzienlijk worden vergroot.

 

“Er zal ook aandacht worden besteed aan het doorbreken van stereotypen in verband met opleidingen/beroepen die zogenaamd ‘typisch’ vrouwelijk zijn, om op die manier daarvoor ook mannen aan te trekken”, verduidelijkt Antonios Antoniadis nog.

 

 

Een nog meer transversale Interministeriële Conferentie 

 

Er zijn twee nieuwe federale ministers toegetreden tot de IMC Vrouwenrechten: de minister voor Pensioenen en Maatschappelijke Integratie, belast met personen met een beperking, armoedebestrijding en Beliris, Karine Lalieux en de minister van Binnenlandse Zaken, Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing Annelies Verlinden.

 

 

De volgende IMC Vrouwenrechten staat begin juni gepland.

 

 

Perscontacten

 

Kabinet Morreale – Stéphanie Wilmet – 0479 44 25 36 – stephanie.wilmet@gov.wallonie.be

Kabinet Antoniadis – Jennifer Nyssen – 087 596 492 – jennifer.nyssen@dgov.be

Kabinet De Croo – Tom Meulenbergs – 0473 73 33 12 – tom.meulenbergs@premier.be

Kabinet Vandenbroucke – Jan Eyckmans – 0495 25 47 24 – jan.eyckmans@vandenbroucke.fed.be

Kabinet Van Quickenborne – Edward Landtsheere – 0479 44 93 29 – edward.landtsheere@just.fgov.be

Kabinet Lalieux – Jurgen Masure – 0479 27 68 64 – jurgen.masure@lalieux.fed.be

Kabinet Verlinden – Sofie Demeyer – 0474 87 03 77 – sofie.demeyer@ibz.fgov.be

Kabinet Schlitz – Jessika Soors – 0472 37 30 87 – jessika.soors@schlitz.fed.be

Kabinet Beke – Steffen Van Roosbroeck – 0479 24 54 64 – steffen.vanroosbroeck@vlaanderen.be

Kabinet Somers – Arthur Orlians – 0476 26 67 42 – arthur.orlians@vlaanderen.be

Kabinet Demir – Andy Pieters – 0499 17 35 84 – andy.pieters@vlaanderen.be

Kabinet Linard – Florence Colard – 0477 83 97 76 – florence.colard@gov.cfwb.be

Kabinet Glatigny – Sandrine Lonnoy – 0477 67 03 43 – sandrine.lonnoy@gov.cfwb.be

Kabinet Ben Hamou – Annaïk de Voghel – 0472 71 99 31 – adevoghel@gov.brussels

 

Tags:
,