Persbericht : Het gewest beschikt over nieuwe instrumenten om discriminatie op het gebied van huisvesting te bestrijden

 

Persbericht

 

Nieuwe wettelijke instrumenten en een communicatiecampagne in de strijd tegen discriminatie op de woningmarkt in Brussel

 

Te veel Brusselaars worden het slachtoffer van discriminatie bij het zoeken naar een woning[1]. Als gevolg van het feit dat ze door verhuurders en makelaars ongerechtvaardigd geweigerd worden, zien slachtoffers van discriminatie zich genoodzaakt om ongeschikte of ongezonde woningen te aanvaarden voor een vaak buitensporige huurprijs. Deze situaties van slechte huisvesting leiden op hun beurt tot gezondheidsproblemen, sociaal isolement, falen op school of op het werk.

Het Noodplan voor Huisvesting voorziet in 3 hefbomen om de strijd tegen discriminatie op de woningmarkt te bevorderen:

  1. Versterking van de bepalingen van de Brusselse Huisvestingscode inzake de bestrijding van discriminatie op de woningmarkt
  2. De aanwerving van extra inspecteurs om het aantal door de Directie Gewestelijke Huisvestingsinspectie (DGHI) onderzochte dossiers te verhogen
  3. En de lancering van een communicatiecampagne om kandidaat-huurders te informeren over hun rechten ten aanzien van de discriminatie waarmee ze te maken kunnen krijgen.

 

Proactieve discriminatietests om discriminerende praktijken op te sporen en te bestraffen 

Sinds september 2019 kunnen de inspecteurs van Brussel Huisvesting een beroep doen op discriminatietests om discriminerende handelingen vast te stellen en, indien nodig, geldboetes op te leggen. Momenteel kunnen deze tests alleen worden uitgevoerd als er voorafgaand een klacht is ingediend en als het bestuur vóór het uitvoeren van de test kan aantonen dat het al beschikt over ernstige aanwijzingen van discriminatie.

Dit te strenge wettelijke kader zorgt ervoor dat het niet mogelijk is om discriminatie efficiënt te bestrijden en verklaart wellicht waarom er met het huidige systeem weinig resultaat wordt geboekt: op 28 april 2021 waren er 29 dossiers geopend. Van die 29 dossiers werd er voor 14 dossiers een hoorzitting uitgevoerd, zijn er 6 dossier in behandeling (waarvan er voor 4 dossiers reeds een hoorzitting staat gepland) en werden er 9 geseponeerd. De dossiers komen van drie verschillende bronnen: UNIA (11 dossiers), onderzoeken van de DGHI (6 dossiers) en klachten van burgers via het portaal Brussel Huisvesting (12 dossiers). Er werden slechts drie tests uitgevoerd en er werden geen administratieve geldboetes opgelegd.

In juni 2020 heeft de staatssecretaris een werkgroep opgericht, bestaande uit vertegenwoordigers van de DGHI, Unia, het IGVM en VUB-professor Pieter-Paul Verhaeghe, om de Brusselse wetgeving inzake discriminatie op de woningmarkt te evalueren en aanbevelingen te formuleren om de maatregelen ter bestrijding van deze vorm van discriminatie te versterken.

 

Op basis van deze aanbevelingen heeft Nawal Ben Hamou een voorontwerp van ordonnantie ingediend, dat op 29 april in eerste lezing door de regering is goedgekeurd. Het voorontwerp voorziet met name in het volgende:

  • Proactieve tests toestaan: de twee cumulatieve voorwaarden van voorafgaande klacht/melding en ernstige aanwijzingen van discriminatie worden geschrapt. Uitlokking blijft uiteraard verboden. Het Brussels Gewest is het eerste gewest van het land dat voorziet in een systeem van discriminatietests in de huisvestingssector.
  • De DGHI in staat stellen acteurs in te schakelen om namens haar tests uit te voeren en verenigingen die ijveren voor integratie via huisvesting in staat stellen op verzoek van het slachtoffer of de DGHI tests uit te voeren. Voor de situatietests zijn er immers veel verschillende profielen nodig, die niet altijd aanwezig zijn onder de personeelsleden van de DGHI (zoals: zwangere vrouwen, gepensioneerden of personen met een handicap). Door gebruik te maken van verenigingen en acteurs kan dit euvel verholpen worden en kunnen er diverse profielen worden aangeboden.
  • De strijd tegen discriminatie uitbreiden tot de hele huisvestingssector: de bedoeling is om alle vormen van discriminatie aan te pakken waarmee kandidaat-huurders en huurders, vóór of tijdens de hele periode van de huurovereenkomst, te maken kunnen krijgen. Bijvoorbeeld als een huurder uit zijn woning wordt gezet omdat hij een relatie heeft met iemand van hetzelfde geslacht, kan de verhuurder vervolgd en gesanctioneerd worden dankzij de uitbreiding van het toepassingsgebied van de Huisvestingscode.
  • De lijst met discriminatiecriteria uitbreiden. Er wordt een aantal criteria voor bescherming tegen discriminatie toegevoegd: familiale verantwoordelijkheden (grote gezinnen, eenoudergezinnen), adoptie, meemoederschap, vaderschap en verblijfsstatus. In het ontwerp wordt ook bepaald dat discriminatie op grond van medisch begeleide voortplanting, borstvoeding, seksuele kenmerken en genderidentiteit of genderexpressie wordt beschouwd als discriminatie op grond van geslacht. De weigering om redelijke aanpassingen te voorzien wordt eveneens beschouwd als een directe discriminatie (personen met een handicap aan wie een woning wordt geweigerd nadat ze redelijke aanpassingen hebben gevraagd, zoals de installatie van een douchestang).
  • Verduidelijken welke informatie door de verhuurder kan worden opgevraagd en op welk moment: de verhuurder zal de kandidaat-huurder bepaalde informatie kunnen vragen vóór het bezoek, ter ondersteuning van de kandidaatstelling of met het oog op het opstellen van de huurovereenkomst. Het zal verhuurders niet langer zijn toegestaan om vóór een bezoek uitgebreide informatieformulieren te laten invullen, zoals nu nog al te vaak gebeurt.

Het voorontwerp werd voor advies voorgelegd aan Unia, het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen en de Adviesraad voor Huisvesting. Het moet nog worden voorgelegd aan de Raad van State voordat het definitief wordt goedgekeurd door de Regering en het dit jaar nog aan het parlement wordt voorgelegd.

 

Een versterking van het personeel van de DGHI

Sinds de inwerkingtreding van de antidiscriminatiewetgeving in september 2019 werd deze nieuwe opdracht van de Huisvestingsinspectie uitgevoerd door de personeelsleden die ook de dossiers ter bestrijding van ongezonde woningen behandelden. Het feit dat er geen ambtenaren zijn die zich specifiek met discriminatie bezighouden, verklaart ook waarom er zo weinig resultaat wordt geboekt. In het kader van het Noodplan voor Huisvesting werd beslist om in 2021 drie ambtenaren aan te werven die zich specifiek bezighouden met de behandeling van klachten over discriminatie op de woningmarkt. In maart en april werden er al twee personen aangeworven en de derde aanwerving is momenteel lopende.

 

Een communicatiecampagne rond discriminatie op de woningmarkt

Deze vrijdag 7 mei zal er een communicatiecampagne worden gelanceerd, voor ten minste een maand.

De bedoeling is dat de campagne rechtstreeks gericht is aan de Brusselse kandidaat-huurders en verhuurders. De boodschap is heel duidelijk: discriminatie op de woningmarkt is illegaal en is wettelijk strafbaar. Zowel kandidaat-huurders als verhuurders hebben een rol te spelen om vooroordelen, weigeringen en discriminerende praktijken te helpen verminderen.

De campagne zal in eerste instantie uitsluitend digitaal zijn, met ondersteuning via de website tehuurmaar.brusselswaarbij er 3 doelstellingen worden nagestreefd:

  1. Kandidaat-huurders informeren over de verschillende vormen van discriminatie op de woningmarkt en over hun rechten
  2. Kandidaat-huurders de mogelijkheid geven om de gevallen van discriminatie waarmee ze te maken krijgen, te melden via een onlineformulier
  3. Verhuurders informeren over de te volgen gedragscode en hen bewust maken van eventuele sancties bij discriminatie van een bepaalde categorie van huurders of kandidaat-huurders.

Via de campagne worden de Brusselaars bewustgemaakt van de verschillende vormen van discriminatie op de woningmarkt, worden huurders geïnformeerd over hun rechten en worden ze aangemoedigd om de gevallen van discriminatie waarmee ze te maken krijgen, te melden via de website tehuurmaar.brussels. De bedoeling is ook verhuurders te informeren over discriminerend gedrag en hen te herinneren aan de sancties die gelden in geval van discriminatie.

Een digitale campagne heeft verschillende voordelen:

  • De doelgroep kan veel gerichter bereikt worden dan via traditionele media,
  • het budget kan optimaal worden besteed zodat de campagne langer kan worden voortgezet,
  • Het doelpubliek kan met een muisklik worden doorverwezen naar de website brussels.

In tweede instantie zal de campagne via affiches worden gevoerd, waarbij gebruik zal worden gemaakt van de door iedereen goed gekende TE HUUR-affiche, om een visuele impact te hebben op de betrokken huurders of kandidaat-huurders die mogelijk kampen met de digitale kloof.

Deze affiches zullen worden verspreid bij de gemeenten, de OCMW’s, de VIH’s, de SVK’s, de Huurdersbond, de Office des propriétaires, het Nationaal eigenaars- en mede-eigenaarssyndicaat, vastgoedmakelaars, en ook bij de diensten van de GOB, UNIA en het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen.

Voor deze campagne werd 76.000 euro uitgetrokken, waarvan 35.000 euro voor het reserveren van mediaruimte op internet en sociale netwerken.

 

[1] De omvang van discriminatie op de woningmarkt is gedocumenteerd in een aantal wetenschappelijke studies, waaronder de studie die Unia in 2014 heeft uitgevoerd onder de titel “Diversiteitsbarometer Huisvesting” en studies van 2017 en 2019 door de Universiteit van Gent en de VUB. Meer recentelijk heeft een nieuwe studie het negatieve effect van de lockdown op de omvang van de discriminatie op de woningmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest aan het licht gebracht: Pieter-Paul Verhaeghe & Abel Ghekiere (2020) The impact of the Covid-19 pandemic on ethnic discrimination on the housing market.

 

Persdossier hier